Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij 179.0° 0.9408. terwijl als smeltpunt door Schenck: j) 178.5° wordt opgegeven. Bij de andere door Schenck onderzochte stoffen, zooals het p-azoxyanisol en phenetol is de plotselinge dichtheidsverandering bij eene bepaalde temperatuur duidelijk merkbaar.

Onderzoekingen omtrent het optreden van isomorphe mengsels bij vloeiende kristallen zijn het eerst door Schenck verricht. Hij heeft echter nooit een twee-componenten stelsel over het geheele concentratiegebied bestudeerd, doch bepaalde zich tot het toevoegen van slechts kleine hoeveelheden van den tweeden component met het doel de groote mengbaarheid in den vloeibaar kristallijnen toestand aan te toonen. Eene volkomen mengbaarheid voorspelt hij bij het componenten paar p-azoxyanisol en p-azoxyphenetol, bij welk stelsel hij tusschen de waargenomen smeltpunten der verschillende mengsels en de volgens den mengingsregel van Küstek berekende goede overeenkomst vond. Schenck's proeven bepalen zich echter slechts tot mengsels met hoogstens 4,7 mol % azoxyphenetol. Door mijn later te vermelden onderzoek, 't welk ik over liet geheele concentratiegebied uitstrekte, is gebleken, dat inderdaad eene continu stijgende lijn der smeltpunten bestaat.

De Kock 3) is de eerste geweest, die mengsels van vloeiende kristallen over het geheele concentratiegebied onderzocht en wel bij de stelsels: p-azoxyanisol -f p-methoxykaneelzuur;

]) Zeitsclir. pkys. Ch. 25, 337 (1898).

2) Zeitschr. phys. Ch. 29, 550 (1899).

3) Diss. 1903.

Sluiten