Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

THEORETISCHE BESCHOUWINGEN.

Door de ontdekking van lichamen met meerdere optischanisotrope vloeibare phasen is het probleem der vloeiende kristallen aanmerkelijk ingewikkelder geworden, en is het aantal mogelijke typen, welke bij menging van vloeiende kristallen onderling of met andere stoffen kunnen optreden, zeer vergroot.

Ik zal mij in het hier volgende overzicht dan ook bepalen tot lichamen met hoogstens twee vloeiend kristallijne modificaties, daar ook mijn experimenteel onderzoek zich niet verder uitstrekt. De beschouwingen omtrent mogelijke typen, welke bij lichamen met meer dan twee anisotroop-vloeibare phasen, waarvan door Jaeger en Vorlander eveneens representanten zijn ontdekt, kunnen voorkomen, worden hier dus achterwege gelaten.

Men kan nu de volgende gevallen onderscheiden:

I. Stoffen met ééne stabiele optisch-anisotrope vloeibare phase, waartoe b.v. het p-azoxyanisol, het p-azoxyphenetol en het p-methoxykaneelzuur behooren.

Sluiten