Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zelfde verschijnsels vertoonen zich aan den B-kant op de lijnen M N, Q N en Q O.

Op de lijn IM begint de kristallisatie van vast B uit de heldere vloeistof.

Voor de fig. 8 en 9 is eene nadere verklaring overbodig.

Het gelukte De Kock noch mij van deze drie typen voorbeelden te vinden.

In den groep IB, die dus de stelsels bevat, waarvan een der componenten geen vloeiende kristallen vertoont, kan men de volgende typen verwachten (zie fig. 10 en 11).

Als voorbeelden van het type door fig. 11 voorgesteld, vond De Kock de stelsels p-azoxyanisol + hydrochinon,

L

Sluiten