Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vloeistof wordt aangegeven. Ik zal het eerste punt steeds overgangspunt, het laatste smeltpunt noemen.')

Van het cholesterylbenzoaat was door Schenck8) de verhouding der dichtheden in den anisotroop vloeibaren en den isotroop vloeibaren toestand bepaald. In tegenstelling met het p-azoxyphenetol, het p-azoxvanisol e.a., bij welke stoffen eene plotselinge dichtheidsverandering bij eene bepaalde temperatuur te constateeren viel, is deze bij het cholesterylbenzoaat 1 iij na niet merkbaar.

Van andere cholesterylesters is deze dichtheidsverandering niet bestudeerd, evenmin die bij den overgang van den vasten in den vloeiend kristallijnen toestand.

Daar zich echter bij vele dezer lichamen een nagenoeg continue overgang der drie phasen in elkaar vertoonde, de warmte-effecten klein zijn en de overgang anisotroop vloeibaar —> vast sterk aan onderkoeling onderhevig is, valt te verwachten, dat ook deze esters zich afwijkend van de reeds lang bekende vloeiend kristallijne stoffen zullen gedragen. Van deze esters en hun mengsels kon alleen bij opwarming het begin en eindovergangspunt bepaald worden, hetgeen zelfs, door hun gomachtig karakter en de geringe overgangswarmte, veel moeilijkheden bezorgde. Vooral het punt, waar alle vaste stof verdwenen was, kon zoo doende niet altijd met zekerheid worden aangegeven.

J) Zie Bakhuis Roozeboom, Die heterogenen Gleichgewiehte (1901) pag. 142—154.

2) Zeitschr. phys. Cb. 25 (1898).

Sluiten