Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

metastabiele toestanden van A en B. Daar nu de p-x-figuur afbga aan den A-kant en cldgc aan den B-kant metastabiel is, zal de stabiele p-x-figuur door dlfagd worden voorgesteld.

Uit de teekening volgt, dat de damptakken van beide p-x-figuren elkaar in g snijden, zoodat g een damp is, die coëxisteert met de vloeistof 1 en de mengkristalphase F.

Het bij constante temperatuur nonvariante driephasen evenwicht g 1 f vormt dus den overgang tusschen de reeks van mengkristalphasen a f' en de reeks vloeistofphasen 1 d, die bij een reeks van drukkingen met dampphasen van verschillende samenstelling kunnen coëxisteeren.

Boven a f' is het gebied der vloeiende mengkristallen F, boven 1 d het gebied van vloeistof L. Deze zijn van elkaar gescheiden door het coëxistentiegel lied L + F, dat door de lijnen fp en lq begrensd wordt.

Fig. 3 geeft eene voorstelling van p-x-doorsneden bij verschillende temperaturen te beginnen bij de hoogste tripelpunts-temperatuur van A en eindigende bij de hoogste tripelpunts-temperatuur van B.

Fig. a b is een p-x-doorsnede bij de hoogste tripelpuntstemperatuur van A., a3 bs bij die van B., terwijl aj bj en a2 b2 betrekking hebben op tusschen gelegen temperaturen.

Yereenigt men de overeenkomstige punten van de driephasen lijnen g 1 f met elkaar, J) dan ontstaat een driephasenstrook, die uit twee tweephasenstrooken is saamgesteld, ten

J) In de figuur 3 is abusieveiyk in plaats van b gezet.

Sluiten