Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Platte orientirt." Behandelt men het materiaal met alkohol, dan ziet men in de „Mutterkernrest", waarin de celplaat optreedt, de verbindingsdraden, doch dat de celplaatelementen, zoeven beschreven, daar iets mee te maken zouden hebben, ontkent de schrijver. Hij meent, dat deze uit het cvtoplasma de „Mutterkernrest" binnendringen, 't welk echter niet door hem is waargenomen.

Terecht wijst Zacharias1) er op, dat men in de levende cel de verbindingsdraden en de mikrosomen, waaruit deze zouden bestaan, en welke volgens Strasburger'2) de celplaat zouden vormen, niet ziet, terwijl men de celplaat heel goed kan waarnemen; dit pleit voor de mening, dat verbindingsdraden en celplaat uit verschillende stoffen bestaan. Hij kon verder niet vaststellen of de celplaatelementen tussen de verbindingsdraden lagen of, zoals Strasburger beweerde, daarvan deel uitmaakten, en merkt op, hoe moeilik zulks met zekerheid is uit te maken.

Bij geen der drie schrijvers vind ik vermeld, hoe tijdens de deling zich het buitenlaagje verhoudt tegenover de celplaat en of beide gelijke lichtbreking vertonen of niet. Uit de waarnemingen van Treub en Strasburger, dat de celplaat zich als donkere lijn voordoet, schijnt wel te volgen, dat deze verschilt van het buitenlaagje, en dan zou de celplaat dus ook moeilik als een gewone „Hautschicht" kunnen worden opgevat.

In verband met mijn eigen waarnemingen kom ik hierop later nog even terug.

') 1. c. kol. 56—57.

2) Stras burger. Ueb. den Bau und das Wachsthum der Zellhaute. 1S82, pag. 173. Zie pag. 23.

Sluiten