is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de kennis van de vegetatieve celdeling bij de hogere planten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haaldelik in de plasmalamellen kleine korreltjes. „Dort, wo die Hautschicht bereits erzeugt und eine Spaltung derselben erfolgt war, zeigten sich diese eint'achen Körnchenplatten in zwei Platten entsprechend kleinerer Körnchen getrennt (Fig. 22, Taf. XVII). An den Stellen beginnender Trennung waren die Körnchen zunachst durch ganz feine, weiterhin schwindende Faden verbunden. Jedes Körnchen hatte sich augenscheinlich in zwei Körnchen durehschntirt und eine letzte Verbindungsbrücke zwischen je zwei Körnchen schiesslich zu einem feinen Faden gedehnt". Deze waarnemingen zijn door latere onderzoekers, o.a. Farmer en Williams1), niet bevestigd, voor zover mij bekend is, doch Stras burger hechtte er veel waarde aan. zoals later zal blijken.

Dat de celplaat in 1897 door Strasburger werd opgevat als een protoplasmaties lichaam, volgt wel uit hetgeen hij in een samenvattende verhandeling mededeelt -): „Da die Elemente der Zellplatte als Anschwellungen der Verbindungsfaden, wo solche die Zellplattenbildung ermitteln, auftreten, so spricht dieser Ursprung wohl sclion für die kinoplasmatische Natur der Zellplatte". Strasburger tracht nu evenals Debski de substantie der nucleoli in verband met de celplaatvorming te brengen. Ik ga daar echter niet op in, evenmin als op de theoretiese beschouwingen over het kino- en trophoplasma, waaraan de schrijver hier en elders talrijke bladzijden heeft gewijd.

Een meer uitvoerige beschouwing over de aard van de celplaat gaf Strasburger in 1898 3). Hij merkte op, dat tijdens het delingsproces in de pollenmoedercellen van Lilium e. a. planten, waarin aanvankelik de verbin-

J) Vgl. pag. 27.

2) Ueb. Cytoplasmastructuren, Kern- und Zelltkeilung. Jahrb. f. \v. Bot. 1897, pag. 380.

3) Die pflanzlichen Zellhaute, Jahrb. f. wiss. Bot., Bd. 31, 1898, p. 514 e. v