Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daardoor geen goed denkbeeld kunnen verkrijgen van de wisselingen in bouw van het protoplasma, dat zich in de ruimte tussen de dochterchromosomencomplexen gedurende de anaphase bevindt. Mijn indruk is, dat in de eerste periode van de anaphase, het equatoriale deel van de cel protoplasmaarm is en door weinige primaire verbindingsdraden wordt doorsneden. Zodra echter de groepen van chromosomen aan de polen zijn aangeland, zijn de talrijke „Zugfasern", welke zich gedurende de anaphase prachtig scherp in één punt aan elke pool verenigden, verdwenen en zag ik tussen de complexen van chromosomen, welke nog met vele vrije einden naar de equator uitsteken, een vrij grote hoeveelheid goed gekleurde en tamelik dikke verbindingsdraden, welke wellicht grotendeels secundair zijn. Of het materiaal voor deze draden, altans gedeeltelik, afkomstig is van de nu verdwenen „Zugfasern" heb ik niet kunnen uitmaken. De genoemde verbindingsdraden lopen niet parallel aan elkaar, al mag dat bij zwakke vergroting zo schijnen, doch hebben een slingerend verloop, schijnen elkaar te kruisen en soms ook te anastomoseren en lateraal geleidelik in het cytoplasmaties reticulum over te gaan (vgl. fig. 14). In de wijdere cellen vergroot zich m. i. het verbindingsdradencomplex ten koste van het cytoplasma; doch meestal heeft, vóórdat de enigszins golvende celplaat de moedercelwand heeft bereikt, in 't middengedeelte oplossing van de verbindingsdraden plaats, d. w. z. de draden verdwijnen als zodanig en maken plaats voor gewoon min of meer wijdmazig en gevacuoliseerd cytoplasma, blijkbaar direkt hiervoor het materiaal leverend. Vooral gevallen als afgebeeld in fig. 15 zijn uit dit oogpunt zeer instruktief: aan de buitenranden van de bijna komplete celplaat bevinden zich nog duidelike draden, in gering aantal, die echter naar binnen geleidelik overgaan in reticulair of alveolair cytoplasma met naar de mediaan toe de grootste mazen of vacuolen. In deze figuur kan men ook duidelik

Sluiten