Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een begin gemaakt, doch tot mijn spijt hebben mijn experimenten me niet tot een vaste overtuiging gevoerd. Zoals reeds op pag. 74 werd vermeld, heb ik materiaal van Allium, gefixeerd met alkohol en met verzadigde waterige sublimaat gebruikt, 't welk intussen pas enige maanden geleden werd gefixeerd, terwijl het andere, met Flemming's mengsel gefixeerd, al een paar jaren oud was. Het alkohol- en sublimaatmateriaal was veel slechter, niet zozeer met het oog op de fixering zelf, die bij het sublimaatmateriaal nog al draaglik was, als wel, omdat het aantal delingsstadia veel geringer was, terwijl de celplaat veel zwakker ontwikkeld was. Terwijl ik met dit materiaal in enkele gevallen een grotere resistentie van de celplaat meende te kunnen aantonen, gelukte mij dat in de grote meerderheid der proeven niet, bij welke de celwanden duidelik zichtbaar bleven, terwijl de inhoud en ook de celplaat geheel schenen opgelost; nieuw materiaal, ook van Psilotum, kon niet meer worden onderzocht in de voor deze proeven beschikbare tijd.

Een toekomstig onderzoek zal dus antwoord moeten geven op de vragen, of de meerdere resistentie van de celplaat in het materiaal, gefixeerd met sterk Flemmings mengsel, ten dele aan de invloed van dit fixatief moet worden toegeschreven en of met andere fixeermiddelen hetzelfde resultaat kan worden bereikt. Ik gevoel mij voorlopig geneigd, om de eerste vraag bevestigend te beantwoorden, zonder natuurlik het laatste te kunnen ontkennen. Het is n.1. een bekend feit, dat het sterke Flemming's mengsel bij allerlei celbestanddelen eigenaardige veranderingen kan teweegbrengen. Ik behoef slechts te herinneren aan de verrassende resultaten welke ^ a n Wisselingh1), verkreeg, toen hij materiaal van Fritil-

*) Van Wisselingh. Ueb. den Ring und die Zellwand bei Oedogonium. Beih. z. bot. Centralbl., Bd. 23, 1908, pag. 165.

Vgl. ook: Moll. Progr. Rei Bot., Bd. II, pag. 284 e. v.

Sluiten