Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groen, met kale plekken, die de rossig bruine aarde doen zien: armeman's verschoten, versleten groen tapijt, waardoor hier en daar de vloer kijkt! Dan eenvormige, brutaal-groene lappen winterrogge, schreeuwend in de stemmige omgeving, parvenu-achtig glad, te fonkelnieuw , en die nog armelijker doen schijnen de ontbloote grauwe akkers, doorploegd met eindelooze voren, welke — half verregend — er uitzien als vertrappeld door benden paardevolk.

Als in een nevel wordt de horizon gehuld door het ijle, dampige voorjaars-sneeuwen; alleen waar dennen een donkeren achtergrond vormen achter het witte gevlok, ziet men dit langzaam neerdalen, heel langzaam, met dat rustige van koude dingen. En doornat, lossen zich die vlokken op wanneer zij maar even den grond raken; het is alsof zij daarin verdwijnen, door valluiken,

zooals op het tooneel.

Het hooge, bladerloos, grillig vertakte loofhout verliest zich in de grauwe lucht, als boomwortels die zich uitspreiden in de aarde. Hen ik gestorven, en zie ik op den rug liggende, nog slechts wat daar onder de aarde

leeft?. . .

Daar snelt de trein langs struiken, groen getipt alsof aan alle takjes heel kleine ruikertjes zijn gebonden: Wat zal ze mooi zijn, de (icldersche lente!

Maar ik ben toch blijde dat zij er nu nog niet is, want dan zoude ik niet kunnen scheiden.

Sluiten