Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kiin men gerust beweren, dat indien zulks het geval niet .ware, ook de mensch er nooit tot zulk eene eenvormigheid ware gekomen.

In alle opzichten is, wanneer men den Oceaan oversteekt, Europa uit de gedachten te verbannen. Gij weet wat Europa is: een westelijk uitloopsel — haast had ik gezegd uitloopseltje, want het onderhavig onderwerp dwingt alles in 't groot te beschouwen, — van het groote vasteland dat Azië heet. Als een uitloopsel, een uitvloeisel heeft dan ook Europa de meest grillige kustlijn die men zich denken kan: overal hangen er groote schiereilanden aan of drijven er eilanden langs: Scandinavië, Denemarken, Engeland, Spanje, Italië, Griekenland. Als een lappedeken, als aan flarden gerafeld, is Lui opa, en kris en kras zijn er bergketenen over geworpen, die de landen grimmig van elkander afhouden, de rivieren dwingen alle kanten uit te stroomen, en meer nog dan de bewondering van den toerist, de wanhoop uitmaken van den schooljongen, die al dien wirwar moet onthouden.

Niets van dat alles in Amerika. Het is één blok land, met een weinig ontwikkelden kustvorm en met maar twee bergstelsels, die daarenboven gemakshalve ongeveer evenwijdig aan elkander loopen. De Appalachen dicht langs den Atlantischen Oceaan, onzen oceaan; de Cordilleras aan de overzijde. (In het dagelijksch leven spreekt men niet van de Appalachen maar van de Alle-

ghanies — evenals men voor Nederland zegt Holland

én \ an de Kocky Mountains: de oostelijke rand van de Cordilleras, waarvan de Siërra Nevada de westelijke is.)

En tusschen beide bergstelsels ligt het onmetelijke flauw glooiende land, dat het bekken vormt van de Missisippi. Al het water van eene oppervlakte welke ruim

Sluiten