Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mist ziet men alleen lnimie silhouetten — misschien een veertig, vijftigtal — en bemerkt niet dat daartussclien en daaromheen duizende en tienduizende andere woningen staan van vier, vijf, acht verdiepingen. Die sky-scrapers staan alle op het puntje van het stadseiland, in het handelsgedeelte (de oude Hollandsche kolonie) dicht bij elkaar, maar toch niet aaneengesloten, zoodat — wijl nevel zoowel omtrent afstanden als omtrent afmetingen bedriegt — liet den schijn heeft alsof New-York niets anders is dan een kleine onafgebouwde huizenwijk, een stadje niet aanzienlijker dan onze Hollandsche voorvaderen er daar een paar eeuwen geleden stichtten.

Ook de aankomst aan wal is eene ontgoocheling; want gelijk de meeste stoombooten, leggen die der Nederlandsche lijn niet in het eigenlijk New-York aan, maar aan de overzijde van den Hudson: in Hoboken, een vuile voorstad die zelfs niet tot den staat New-York behoort. Alleen is het grappig te bemerken hoe liet lange verblijf op den stoomer alle gevoel voor afmetingen deed verliezen. Het eerst trof dat toen — nog in zee — een loodskotter dichterbij kwam om een roeiboot naar boord te zenden. De zeecirkel die — omdat men op den Oceaan zoo weinig schepen tegenkomt — van lieverlede was ingekrompen tot een plasje, een blauw tafelbord, werd toen in eens weer eene onmetelijkheid. En dat ons schip zulk een hoog gevaarte was, bleek ook weer voor 't eerst toen wij tegen den New-Yorker pier meerden en, op 't stormdek staande, niet slechts de menschenmassa maar ook het dak van de groote goederenloods ver beneden ons zagen, terwijl liet op zee scheen alsof dat dek bijna gelijk lag met den waterspiegel.

Valt de aankomst te Hoboken tegen, het oversteken

3

Sluiten