Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoone bladzijde. En het is ook wel nuttig dat een Nederlander eens iets anders leest dan eigen historie: hij mocht zich gaan verbeelden dat alleen op onzen moerassigen bodem een heldenvolk kan groeien, dat onze wélgeslaagde strijd tegen de overmacht een alleenstaand verschijnsel is; dat na Willem den Zwijger geen ander zich zóó heeft gesteld voor zijn volk. Dat maakt niet enkel opgeblazen, maar bekrompen; en, gelijk elk monopolie, doet inslapen. Maar de Amerikaansche geschiedenis schittert door geen mindere heldenfeiten; Washington staat niet lager dan Willem van Oranje; en te lezen van den strijd daar gevoerd, maakt niet enkel bescheidener, maar prikkelt tot nieuwe daden. Wie dezen worstelstrijd kent, met welk een heiligen schroom betreedt hij niet de Independance-hall te Philadelphia —de edele, rustige bouw, overschaduwd door statig geboomte, zoo vreemd staande tusschen die dorre nuttigheidsgevaarten van den tegenwoordigen tijd. Of het minuscule, in de branding der bedrijvigheid bijna verzwolgen State House te Boston, dat als een kleine kerk is van het verleden. Wie zoo van de straat, uit zonneschittering en menschengewoel in die eenzaamheid treedt, voelt verzinken al het nietige van eigen leven en omgeving, en werpt zich in gedachten neder voor de Majesteit der geschiedenis, die uiting eener Hoogere Macht.

Nooit is de Historie zoo welsprekend als waar zij ons zwijgend nadert; en met eene ons beschamende zorg bewaart de nieuwe wereld de monumenten van haar verleden. Onwillekeurig vroeg ik mij dan ook af, te Washington door de zalen gaande, waar niet opeengepropt als in een museum — maar sober en met betamelijke tusschenruimte — tentoongesteld zijn portretten, handschriften der Presidenten van de Republiek en de meest

Sluiten