Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

man en kinderen thuisbrengen, zelfs al gaf men ze mij present? Ik ben al heel blij als ik per zitting genoeg opspaar om één neger te koopen; een heel gezin: daar is geen denken aan!

Het oude varken keek ons over zijn bril aan terwjjl hij zijn geld telde, alsof hij handgeklap verwachtte wegens zijn buitengewoon slimme manier van zaken doen.

Een diepe zucht — geen enkele klacht — klonk uit den donkeren hoek waar Israël zat ineengedoken. Martha-Ann steeg van het platform, trad op hem toe met tranen biggelend over de wangen, omklemde het kroost, en met het lijf zaohtkens heen en weer wiegend, weende alsof haar hart brak.

Mijn metgezel en ik zagen elkaar met walging aan, doch geen van beiden uitte eeu woord. Ik stond op t punt van in tranen uit te barsten. Bij stukjes en beetjes haalde het oude beest, dat de vrouw gekocht had, zijn opgespaard geld te voorschijn: papier en muntbiljetten ; en terwijl hjj die neertelde, zeide hij: Martha-Ann, kom, kjjk niet zoo sip; ik zal een goed meester voor je zijn en je een nieuwen man bezorgen. Hij had er wel aan kunnen toevoegen: en hoe uieer kinderen je dan krijgt, hoe liever 't mij zal zijn.

God zjj dank, dat was niet het eind van het schouwspel. Loodzwaar woog de stilte. Zelfs een wilde zoude dit niet zonder bewogen te worden hebben kunnen aanzien. Laten wij heengaan, Huisterde ik. Toen werd de onzekerheid opgelost. Een fraaie mannelijke gestalte rees op: Een der advocaten in het proces. Bij .... — en hij stootte een vloek

uit, dat kan ik niet aanzien. Ik kende Kolonel zeer goed. Ik

weet hoe groot zijne genegenheid was voor Israël, Martha-Ann en hunne kinderen. Hij zal zich in zijn graf omkeeren. ïk ben niet rjjk, maar

wil liever arm worden dan ze gescheiden zien. Mr ik neem

Martha-Ann van u over, teneinde ook man en kinderen te koopen, en hen bij elkander te houden.

„Wel, zie je — zeide de oude vent temerig, terwjjl de bevende hand een oogenblik ophield met geld tellen — als dat je gevoelen is, had je moeten spreken toen de meid nog te koop stond. En zijn oog schitterde bij de gedachte dat hij wellicht een profijtje kon maken. Zie je, ze is nu van mij, en ik ben erg in mijn nopjes met mijn koop: lang niet duur. Doch wil je haar hebben, dan zal je mij zeker wel mijn tijd en moeite willen vergoeden.

Dat voorstel deed pijnlijk aan. Maar het oude mannetje was zelf zoo mieserig, dat gelukkig ook geen hooge winst door hem werd ge-

Sluiten