Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eischt. Kn zoo werd «Ie zaak spoedig beklonken. Of li ij een andere kinderkrjjgende vrouw kocht, weet ik niet; wjj waren wee van al het geziene, en slopen weg. Langzaam keerden wij huiswaarts in het koesterende zonlicht, langs de bijgelegen kerk, naar de vredige woningen van de besten van Virginia; ongeneigd om te spreken over de nachtmerrie die ons zooeven drukte. Doch van dat tijdstip af waren onze denkbeelden omtrent de slavernij geheel gewijzigd. Den geheelen dag kwamen mjj telkens weder voor den geest de afschuwelijkheden van den verkoop, en peinzend van aard, maakte mij dat diep ongelukkig.

Hier zoude <le aanhaling kunnen eindigen, ware enkel daarvan doel te doen zien welken indruk een slavenverkoop maakte op iemand, dien men niet van partijdigheid voor de Noordelijken kan beschuldigen. Maar ik wil rechtvaardigheid óók jegens de Zuidelijken, want de les uit den secessieoorlog en zijne gevolgen te trekken, is er eene van hoogere beteekenis en ook nu nog van pas. Daarom volgen hier allereerst de beschouwingen waarmede Wise dit hoofdstuk besluit:

Dien avond maakte hetgeen op den morgen gezien was, het onderwerp uit van een lang, spannend, ernstig gesprek tusschen vader, mijn broeder en mijn oom. Toen liet geëindigd was, voelde ik mjj veel opgeruimder, en trotsch op hen en meer gerustgesteld; want allen waren zij eenparig van oordeel dat een stelsel, dat zulke toestanden mogelijk maakte, monsterachtig was, en dat de vraag niet moest luiden: of en wanneer slavernij ware af te schaffen, maar op welke wijze dit behoorde te gebeuren.

Minder dan zeven jaar daarna, waren én mijn broeder én mijn oom niet meer — beiden gesneuveld — de eerste aan de zijde der Zuidelijken , de andere aan de zijde der Noordelijken in de worsteling welke de slavenvraag deed geboren worden. Vader's fortuin en geluk gingen onder in den gruwelijken broederstrijd, ontstaan uit dien kanker der maatschappij — een kanker welken de drie mannen in alle oprechtheid hadden willen uitroeien.

Mannen van Virginia! die in de dagen van strijd het voorrecht hadt te worden aangevoerd door Lee en Jackson, hebt gij dit hoofdstuk gelezen? Is wat daarin beschreven staat, waar of niet waar? Vraug het uz Iven onpartjjdig af. Nu is de tijd gekomen 0111 reoht te spreken

Sluiten