Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet als het van steen is opgetrokken. Want een steenen huis zakt ineen — zooals een man door een beroerte getroffen — en valt in den kelder. Slechts bij een houten huis is de kelder tamelijk veilig, want het houten bovenstel waait van de fundeering weg, vliegt over den kelder heen. Waar cyclonen veelvuldig voorkomen, bouwt men dan ook dicht bij huis — zoodat deze vlug bereikt kan worden — een cycloonkelder: een zwaar gemetseld klein vertrek. Niet in, maar bij huis; opdat als de storm voorbij is gegaan, de opening niet versperd zij door de overblijfsels van de intusschen uiteengeslagen woning.

Misschien is dus buiten blijven veiliger, en dan plat op den grond liggen? 't Is moeielijk vooruit te zeggen, want de planken vliegen aan splinters door de lucht, en allicht kan er zoo een u in zijne vaart doorpriemen. Zelfs stroohalmen snellen met zulk een vaart voort, dat ze als naalden geprikt worden in telefoonpalen. — In alle geval houd u terdege vast, want zelfs plat op den grond zijt gij niet veilig: hoog gras wordt afgeschoren, groenten worden uit den grond getrokken. De cycloon stroopt paarden het tuig af, en plukt kippen de veeren uit.

Die geplukte kippen heb ik niet gezien; ook niet gelet op de uitgetrokken groenten; doch het in telefoonpalen geprikte stroo zag ik wél, en nog zooveel anders verbazingwekkends, dat ik mij nu zeer goed het antwoord kan begrijpen van een ouden Schot, die lang in Amerika als opzichter bij bouwwerken had rondgezworven, en wien ik — zeer benieuwd iets over cyclonen te hooren — vroeg: of hij er wel eens een had bijgewoond? Ja, antwoordde hij, drie; en de Hemel beware mij voor een vierden. Dat bevreemdde mij toen een beetje van den cordaten kerel; ik zoude er — geen kennende — om der curiositeitswille wel tien hebben willen zien. Doch na zelf

Sluiten