Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van iederen stand den gemiddelden levensstandaard vinden; een zóó vaste maat zelfs, dat de uitdrukking „boven zijn stand leven" burgerrecht heeft kunnen verkrijgen.

liet nominale loon is dus niet enkel om te zetten in liet reëele loon, het is tevens te toetsen aan het sociale loon, het loon dat noodig is om den stand op te houden. En om dat sociale loon te leeren kennen is het maken van aanteekeningen niet genoeg: men moet liet arbeidersleven zelf mede leven. Niet velen hebben zulks gedaan, want dat eisclit meer dan penne-vaardigheid: phvsieke kracht, physieken durf — en daaraan is juist onze eeuw zoo arm.

Een van die pogingen om zich in liet vel van den werkman te steken, is hier te lande algemeen bekend: „drei Monate Fabriksarbeiter", geschreven door Paul Gühre, candidaat in de theologie; in 1<S91 verschenen, en ook in het Nederlandsch vertaald. Daarin schildert die theoloog het leven in een groote machine-fabriek te Cheninitz, gelijk hij dat zelf medemaakte als werkman; als werkman die geen bepaald vak verstaat: als de eigenlijke proletariër.

Betrekkelijker wijze was (iöhre's ervaring beperkt. Want de arbeiders in de machinefabrieken zijn voor 't meerendeel vak-arbeiders, en wel van de beste soort: zij beliooren tot de aristocratie der werklieden. Want de arbeid — dit wordt wel eens vergeten — heeft vele standen. Er is eroot verschil in loon, en ook veel verschil in arbeid,

o 7

en beide bepalen evengoed als in alle andere klassen der maatschappij, den stand.

Hoe verdienstelijk dan ook Paul Göhre's arbeid is, daaraan kleeft het groote gebrek van eenzijdigheid. Een

Sluiten