Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oude jas aan te schieten; en hoogstens scheen Wijckoff een verloopen lieer, iemand die betere dagen gekend had; een vriendelijke boerin gat' hem zelfs bij 'tafscheid traktaatjes, en zinspeelde niet onduidelijk op de gevolgen van dronkenschap. En zoo geviel het dat, hoewel het hooien in vollen gang was en ieder boer zeker met beide handen een Hinken knecht had ingehaald, niemand hem werk verschafte; hoogstens liet men hem wat hout hakken om den kost te verdienen; dikwijls gaf men hem dien zelfs liever voor niets. Want ons — die bedelaars en landloopers schuwen als de pest — treft misschien nog wel het meest de vriendelijkheid waarmede Wijckoff overal door de boeren wordt behandeld. Wat hem daarentegen het meest verbaasde, was: hunne ontwikkeling. Hij een hunner zag hij zelfs Milton's werken op tafel liggen en eenigo doelen van Emerson. Hoogst waarschijnlijk zwerft hier Wijckoff rond tusschen afstammelingen van het Angelsaksische ras. Las niet de moeder van een van Engeland's geduchtste agitators, weinig meer dan een dagloonersvrouwtje, haar jongen voor uit Shakespeare?

Meer en meer beseft Wijckoff hoe hemelsbreed zijn nieuwe positie verschilt van zijn vorige. Wij zagen reeds hoe het hem trof dat welgestelden zijn groet niet beantwoordden; maar hij twijfelde geen oogenblik of zijne armoede; zoude hem dadelijk verbroederen met andere armen. Doch ook die armen bleken wantrouwend — ik vermoed echter omdat hij toen nog den juisten toon miste. Want later ging dat beter, hoewel noch de vele regen en wind die over hein heen gingen, noch de koude en ontbering waaronder hij leed, noch het ruwe werk dat, hij steeds moest verrichten, hem zelfs op den duur konden ontdoen van de gevoelens en de ontwikkeling van een gentleman, en zulks onwillekeurig een scheids-

Sluiten