Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geweld. Eens kwam te Zeeland een tal weezen uit drie huisgezinnen, die beide, vader en moeder, aan de cholera op de zeereis verloren hadden.

Hier aankomende begon de strijd om huisvesting en lichamelijk onderhoud. Het was eene niet zeldzame ondervinding te moeten slapen, bij de aankomst, met gezin onder den blooten hemel; ja, wel eens zonder huisvesting te zijn gedurende een dag en nacht van onweer en zware regens. Ten minste dit viel ons huisgezin bij Port Sheldon te beurt, do kleinste der kinderen nog zeer klein zijnde. Terwjjl de bliksemstralen door liet zwerk vlogen, de donderslagen door de bosschen knalden, krompen wjj met natte kleederen ineen, voor een door de mannen aangelegd vuur.

^ elen der aankomenden moesten beginnen met het bouwen van loghutten (log: boomstam). Onze eerste woning was een verlaten blokhuis (huis van op elkander gestapelde boomstammen), zonder deur, venster of eenige plauk. Het «lak was hcmlockbast. Wjj spreidden groene hemlock takken.1 Ik zag bij eene begrafenis zulke takken gebruikt tot liet dekken van eene doode; de derde of vierde doode dien dag ten grave gebracht. Er konden geene planken gevonden worden genoegzaam voor eene volledige doodkist. Voor de verwachte Zeeuwen waren drie loodsen gebouwd, die echter te klein waren 0111 ze allen te bevatten. Vijf a zes huisgezinnen woonden in een loods; daar zat men zonder bedden, stoel en tafel, zonder kachel; somtijds — daar de dakplanken verkeerd gelegd waren — natgeregend op zjjne slaapplaats. Die uit de hoogere en droge streken van Nederland kwamen, leden in hunne armzalige verblijven aan koortsen, het gevolg van het inademen van malaria; somtijds eischte de bloedloop vele slachtoffers. Geneeskundige hulp was niette verkrijgen, zoodat de leeraars de geneeskundige kennis, die zij hadden of konden bemachtigen, hadden te gebruiken. De zieken en herstellenden konden geen geschikte spijs krijgen; zelfs geen melk en boter was te krjjgen.

De eetwaren en andere goederen moesten aangevoerd worden langs Michigan Lake, daar werden zjj met platboot aan wal gebracht, dan per boot naar Holland. W at verder oostwaarts moest, ging per boot de Blaek-rivier op en dan per ossenwagen verder. Michigan was weinig meer dan een groot bosch. Ik kan 111 ij de blijdschap nog herinneren,

1 Vermoedeljjk wordt hier bedoeld de hemlock spruce fir, de X. A. scheerling-den

Sluiten