Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de hand in 't water steken, dan biedt dit — vreemd gevoel — tegenstand; men moet geweld gebruiken. Wordt <lie band vervolgens niet afgedroogd, dan bedekken baar weldra kleine, schitterende kristallen. Vijf deelen water geven een deel zout', en er staan dan ouk dicht bij den oever van het meer, in de moerassige vlakte, vele hoopen als van gebluschte kalk: het zout gewonnen door het water te laten verdampen op groote vlakten lands, die tot een weinig beneden het peil van den zeespiegel zijn afgegraven.

Zoovele zouten bevat dan ook de bodem rondom, dat hetgeen nu inderdaad een land overvloeiende van melk en honing mag heeten, weinig meer was dan een troostelooze woestenij, ten tijde dat de Mormonen hier voor 't eerst den voet zetten. En slechts voor wie zulke vervolgingen hadden doorgestaan — eerst te Independence, later te Nauvoo — voor wie allereerst zochten een schuilplaats, zóó eenzaam, dat geen vervolger den moed zoude hebben hen daar te verontrusten — kon die dorre vlakte, waar bijna geen regen valt, een beloofd land heeten.

En 11a den kamp met den mensch — trouwens slechts één oogenblik gestaakt — volgde een strijd met de natuur. Er groeide toenmaals geen enkele boom, en slechts dicht aan den voet der bergen had het van de hoogten afvloeiend water voldoendeden grond uitgeloogd, um daar dadelijk akkervruchten te kunnen telen. Aan landbouw op grooter schaal konden dus de eerste nederzetters niet denken: vooraf waren de bergstroomen op te vangen en een net van bevloeiingskanalen aan te leggen. Doch zoo iets vordert tijd, en zóó groot was het aantal

1 Aldus Bancroft in zijne „Ilistory of the Paeifie States"; Buedeker spreekt vuil een zoutgehalte van 14 ten honderd.

Sluiten