Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

discipelen, die reeds het eerste jaar naar het nieuwe Zion togen, dat hoogst zuinig met den beschikbaren voorraad graan was om te gaan, en deze evenals bij een schipbreuk, zorgvuldig afgewogen en met mondjesmaat werd toebedeeld.

Wie zal dus den schrik beschrijven, die de nederzetters in het tweede jaar 0111 t hart sloeg, toen tegen het einde van Mei — terwijl de velden prijkten in 't weelderigst voorjaarsgroen — plotseling de lucht verduisterd werd door zwarte wolken krekels, en deze op de akkers neervielen! Het waren zwermen als eenmaal die der sprinkhanen in Egypte. Waar de krekels over heen trokken, was geen grasspriet meer te bekennen — het land was als door vuur verschroeid! Mannen, vrouwen en kinderen, de geheele bevolking, toog uit om de plaag te bestrijden: zij dreven de krekels in greppels of in 't riet, en staken dan alles in brand.

Doch de plaag nam zulke ontzettende afmetingen aan, dat door vermoeidheid overmand, het verdedigen van den oogst was op te geven. Welk een toestand! De mondvoorraad welken zij op den uittocht hadden medegenomen, genoegzaam verteerd; al het zaad uitgezaaid; en de naastbij liggende plaats waar ander voedsel was te krijgen, op twee duizend kilometer verwijderd — als naar 't oosten werd gegaan — en op dertienhonderd kilometer, als naar Californië werd getrokken; zoover weg dus als van ons 1'etersburg en Florence. l£n de krekels onderwijl alles wegvretende wat groen was! Is het niet alsof na de menschen, nu ook God zich tegen de zwervers keerde?

En een nieuwe plaag volgt de eerste op den voet: Toen alle pogingen tot verdediging zijn opgegeven, en men moedeloos aanziet hoe de krekels voortgaan niet In t veldgewas te vernielen, komen — nu van over het Zout-

Sluiten