Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

formatie — dus eenige honderd meters van ons af, in do laagte— stijgt overal damp op; strijkend over den grond, zooals rook van kruit wol kt uit een pas afgevuurd kanon: om dan vlokkiger en ijler te worden, eindelijk omhoog te zweven en zich op te lossen in de lucht. \\ ijzigt zich de grillige avondkoelte, dan veranderen die dampen plotseling— gelijk op kommando een rij soldaten —tegelijk hunne richting van voortbeweging en drijven, breed zich uitdijend, naar ons toe: om dan, als éven de wind gaat liggen, uit breede basis statig, recht omhoog te stijgen.

Links van ons, verscholen achter wat dennengroen — dat nog groener wordt door den grijzen achtergrond — klatert met korte tusschenpoo/.en een kleine geyser „the Impulsive": een langgerekte, zeer smalle aardscheur, met opgezette randen als een mollengang. Nu en dan rommelt het in die scheur, zooals het rommelt wanneer onder water stoom wordt afgeblazen.

Ter rechterzijde kookt en pruttelt het als in een reusachtigen ketel; 't is toch maar een klein rond gaatje, waaruit al dat geluid komt; het vult zich plotseling boordevol met water, dat telkens even raadselachtig verdwijnt. Eenigszins verder af — weder ter linke — een geluid alsof stoombootraderen plassen door het water: daar ligt de Clepsydra-geyser.

Maar voor ons uit — iets benedenwaarts — liggen waarheen wij telkens weer in afwachting staren: twee vijvers, hemelsblauw; de kleinere, een tiental meters in doorsnede, met het water nauwelijks een voet beneden den kleurigen rand. Door een ondiepe bres — in de kromming welke van ons af ligt — staat deze vijver in gemeenschap met een ietwat grootere, iets verder van ons afliggende tweede kom. De eerste vijver is de eigenlijke krater —

Sluiten