Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i , b2

(a — sa) <

2 ' 12 a c

of 6 c (i — c) < rr.

In den kubus is geteekend het cylinderoppervlak 6 s (i — s) = r". De kromme O G in 't r,; vlak van den kubus is richtkromme, de beschrijvende rechte is evenwijdig aan de £-as. C G = RD. Het blijkt, dat de stand gezocht moet worden in 't cylindervormige gebied, waarvan OGC grondvlak is.

Hadden we s < — genomen, dan hadden we een gebied

gevonden, dat in den kubus aangewezen wordt door dezelfde

letters, maar met indices. In de teekening wijst (ia) de

stand aan.

20. Als voorwaarde voor het optreden van den stand, waarbij a helt ten opzichte van het vloeistofniveau, vinden we nu :

2 (i — c) (4 2—1) < 'i~, als c > i

en dus: 6 c — 8c! < r,-, als i < -

2

In het c y;-vlak van den kubus zijn geteekend de krommen 2 (i — s) (4 c — i) = t,- n.1. O H en 6 c — 8 c3 = r,- n.1. O, Hj. De stand waarbij a helt en de langste ribbe 1 evenwijdig is aan het vloeistofoppervlak, komt dus voor

(vooi c>^j als het beeldpunt ligt in het cylindervormige

gebied, waarvan O G II grondvlak is. Het gebied voor ; < 1

2

is evenals onder g 16 aangewezen. In de teekening wijst verder (2a) den stand aan.

21. Het geval rx — b.

W'e nemen r2 = l en r3 = a. De voorwaarde, waaronder dus b loodrecht op de vloeistofoppervlakte kan staan, wordt. 6 « (x-c) r,» < i.

In 't c /;-vlak is 6 ; (i —c) r? — i de vergelijking van

Sluiten