Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een stabiele» een instabielen stand vertegenwoordigen, omdat het bewegende punt zich tusschen de krommingsmiddelpunten plaatst. Wij vinden dus weer als vroeger 5 normalen, waaronder 3 stabiele.

Betreden we van uit III vakje IV, dan gaan twee in het vlak gelegen normalen verloren, waarvan er één een stabielen stand aanwees. In IV hebben we dus 5 normalen, waaronder 3 stabiele.

Van IV uit kan men VI weer bereiken, waarbij, evenals bij den overgang van III in II, twee zijdelingsche instabiele normalen verloren gaan, die stabiele standen vertegenwoordigden, terwijl de normaal, die in het vlak van teekening P D raakte, nu een stabielen stand gaat aanwijzen.

In VI vinden we dus weer twee stabiele en een instabielen stand.

Ten slotte kunnen we uit VII vakje V bereiken, waarbij 2 nieuwe normalen optreden, maar waarvan slechts één een stabielen stand geeft.

We kunnen dus het volgende lijstje opmaken:

Normalen.

Totaal aantal Stabiele standen Instabiele standen

I 7 3 4

II 5 3 2

III 7 4 3

IV 5 3 2

V ' 3 2 1

VI 3 2 1

VII 1 1 o

Bij het opmaken van dit lijstje hebben we opzettelijk de dubbellijn R E niet overschreden. Het blijkt thans, dat dit overschrijden van IV op VII, III op V, II op VII steeds overeenkomt met een verlies van 4 normalen, waarvan 2 stabiele en de andere instabiele standen aangeven. Dit is trouwens gemakkelijk in te zien. Op de dubbellijn treden twee buiten het vlak van teekening liggende en dubbeltellende zijdelingsche normalen op, voor welke het eene

Sluiten