Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54 Dc schccve standen (waarbij m en n ongelijk zijn) treden niet op.

Om dit aan te toonen, verwisselen we de ondergedompelde en bovendrijvende gedeelten. Zooals uit fig. 14 blijkt, kunnen we dus het ondergedompelde gedeelte beschouwen, als het verschil van een afgeknot parallelopipedum en een pyramide. Veronderstellen we nu, dat fig. 14, waarbij dus DG en HF of wel BC en BA ongelijk zijn, een mogelijken stand aanwijst. De verbindingslijn van 't partieele zwaartepunt en 't zwaartepunt van de balk moet dan loodrecht op het niveauvlak CDEF staan.

Fig. 14.

Noemen we nu O T = 11, G D = v en HF = t, dan

. ..... , . , . u —v 11 — t z

is de vergelijking van t niveauvlak x 4- y 4- =1.

au a u u

De coordinaten x, y, z, van het zwaartepunt van het afgekn.

parall. zijn in § 13 gegeven, waar we 2 w = v + t hebben

te zetten. De vergelijking van de loodlijn uit 't zwaartepunt

Xj y, z, is nu

(x — x,) — a (y — y.) = z — z, u -— v 11 11 t 1

6

Sluiten