Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

INLEIDING.

Wij stellen ons voor, in dit proefschrift hoofdzakelijk die diffractieverschijnselen te behandelen, welke men waarneemt, wanneer het licht invalt op een ondoorschijnend scherm, waarin zich ééne of meer openingen van verschillende gedaante bevinden. De vraag bij het onderzoek der Diffractie- of Buigingsverschijnselen is steeds: te berekenen, van welken aard de lichtbeweging in eenig punt achter een gegeven scherm zal worden, wanneer de beweging vóór het scherm gegeven is. Het Theorema van Fourier, dat wij bij de beschouwing en verklaring dezer verschijnselen zullen toepassen, geeft niet eene nieuwe verklaring daarvan aan de hand, maar toont op eene andere dan de gewone wijze het verband aan, dat er bestaat tusschen de invallende lichtbeweging en de daaruit ontstane golfstelsels of „lichtbundels", die „de buigingsbundels" genoemd worden.

Wij zullen (althans vooreerst) aannemen, dat het scherm een onbegrensd, ondoorschijnend plat vlak is, welks dikte wij venvaarloozen, en waarin zich eene of meer openingen bevinden, welker gedaante wij vooreerst niet nader bepalen. Het invallende licht, dat wij homogeen onderstellen, bestaat

1

Sluiten