Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij. De vraag is nu, welke bewegingstoestanden achter het vlak S beantwoorden aan die waarden van u en r voor welke

,« +" > p

wordt.

De algemeene vorm der deelen, waarin wij met behulp van het theorema van Fourier de invallende lichtbeweging ontbinden is:

u — B cos (2 n ~ -f- P x + " V + *)• • • (24)

De hierdoor voorgestelde evenwichtsverstoring verandert met ,/■ en y op eene wijze die wij niet nader behoeven toe te lichten. Het is voldoende er de aandacht op te vestigen, dat langs elke rechte lijn met de vergelijking:

u x 4- /■ y = C

11 overal dezelfde waarde heeft, en dat, wanneer men een aantal lijnen trekt met de vergelijkingen:

11 x v y ^ C, C -\- 2 tt , C + 4 7i, . . . .

langs elke dezer lijnen steeds dezelfde waarde van u gevonden wordt. "Wij kunnen een dergelijk stelsel evenwijdige rechte lijnen een stelsel lijnen van gelijke phase, een isophasisch stelsel noemen. Klaarblijkelijk heeft elk der deelen. waarin wij door het theorema van Fourier de beweging langs S splitsen, zijn eigen isophasisch stelsel. De richting daarvan wordt bepaald door de verhouding van ,<« en r, terwijl de afstand van twee op elkander volgende isophasische lijnen bepaald wordt door:

l — n

1/V + *2'

welke grootheid wij de periode langs liet vlak S kunnen

Sluiten