Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had. Uit deze invallende beweging ontstaat dus achter het scherm een stelsel platte golven met de amplitudo A0 = a,

dat zich loodrecht op »S voortplant.

Om na te gaan, welke partiëele lichtbeweging uit een willekeurig gedeelte van de reeksontwikkeling voortvloeit, beschouwen we den algemeenen term ut (47).

Stellen we:

2 . k p TT

a sm = 2 Ak,

k tt e

dan kunnen we schrijven:

( t kx\ uk = At cos 2 tt y-jr I +

-f cos 2 n [4p + k'gC ) (4y)

Uit beide deelen van uk ontstaat eene lichtbeweging achter het scherm. L>e amplitudo van beide golfstelsels is = At, terwijl de voortplantingsrichtingen, in het z rr-vlak gelegen. aan weerszijden gelijke hoeken O met de 2-as maken. De

hoek 0- wordt bepaald door sin 9 = ± —. Ook hier geldt

de opmerking, dat de lichtbeweging, die door een der twee deelen van den term uk voorgesteld wordt, aan het vlak & ontstaan zou, indien het scherm er niet ware, en het invallend licht de amplitudo Ak had.

Al deze golfstelsels vormen te zamen de buigingsbundels of afgeweken bundels, die met de eerstgevonden lichtbeweging, welke uit den constanten term voortvloeit, de geheele lichtbeweging achter het scherm uitmaken. De opvolgende waarden

/»• /.

van den diffractiehoek kan men vinden door m sm » = —, k — ± 1, ± 2, . . . . te stellen.

Sluiten