Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor de beide gevallen eene geheel andere ontwikkeling; volgens de tweede heeft men slechts éénmaal eene functie ip te ontwikkelen, die in de opening = 1 en daarbuiten — O is, terwijl alleen q (x, //) = F voor de beide gevallen verschillend is.

Nemen wij thans het geval van eene willekeurige opening in het x //-vlak. Het licht, dat we vooreerst loodrecht invallend onderstellen, stellen we voor door:

q = a cos 2 tt (-j, t—J.

Aan het scherm wordt dit:

O t O = a cos 2 TT -y )

en deze functie komt overeen met <f (x, y) = F.

Beschouwen wij nu eene functie i/< (x, y), die in de opening de waarde 1 heeft en daarbuiten 0. Ontbinden we deze door het theorema van Fourier, dan kunnen we een der deelen voorstellen door:

ip' = A' cos ( ii x -)- v y + l) . . . . (61)

Een der deelen van n = /' (x, y) = y (x, y) X (xi V) wordt dan:

u — a A' cos 2 tt y' cos (." x + '' V + 0) wat wij kunnen splitsen in:

ut = a A' cos [2 tt y— a x — v y — /)

en

112 y Cl A' COS | '2i TT fjT U x —V y

Aan beide deelen u, en ut beantwoordt een plat golfstelsel achter het diffracteerend vlak. Wordt b. v. de aan

Sluiten