Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rooster ontstaat daaruit eene rij punten, waarvan liet middelste met P samenvalt, en die op eene lijn loodrecht op

de spleten van den rooster op afstanden = ' van elkander

e

liggen. De intensiteiten dezer beelden kan men vinden door / met zekere factoren te vermenigvuldigen: stellen wij ze voor door:

.... c_2 i, c —, i, ru i, c_j_| i, c + , zooals we weten, is :

co= p (93)

en

- c = J <94)

Is nu P een tweede punt van de diffractiefiguur door I, <lus zonder rooster, met de intensiteit ï, dan doet de rooster hieruit eene dergelijke rij punten ontstaan met de intensiteiten:

. . . . c_, t', c_, i', c0 ï, c+) i'. c + 2 /', . . . waarbij de coëfficiënten dezelfde zijn als boven

Dit toepassende op elk punt der buigingsfiguur die door de groote opening gevormd wordt, vindt men dat de rooster eene rij van daarmede congruente figuren geeft. Noemt men de totale lichthoeveelheid in de oorspronkelijke buigingsfiguur I. dan heeft men thans de intensiteiten:

.... /, c —, /, c0 I, c + , I. c + 2 /,....

Uit de formules (98) en (94) volgt nu de wet der intensiteiten.

Het verdient nog opmerking, dat het difiractiebeeld, dat men op deze wijze verkrijgt, wanneer vóór den rooster eene breede spleet geplaatst is, waarvan de randen met die van den rooster evenwijdig loopen, of, wat op hetzelfde neerkomt, wanneer rooster en spleet in één vlak liggen, hetzelfde is

Sluiten