is toegevoegd aan uw favorieten.

Over de toepassing van het theorema van Fourier in de theorie der buigingsverschijnselen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aard, maar het bevat ook belangrijke theoretische gedeelten. Reeds hierin zegt de sclir. over de bewuste eigenschap der tralieschermen wat hij later in 1888 herhaalt. De wijze, waarop Lord R. tot zijne uitkomsten geraakt, is eene geheel' andere dan de onze. Wij vergenoegen ons voor het overige met naar de aangehaalde geschriften te verwijzen, vooral naar de verhandeling in de Encycl. Brit.

De Heer Dr. J. L. Sirks, Rector van het Gymnasium te Groningen, heeft in het laatst van 1891 in de werken der Akademie van Wetenschappen, Afdeeling Natuurkunde, eene verhandeling gepubliceerd, getiteld: „De lmfluence de la diffraction par un réseau a mailles rectangulaires, placé devant l'objectif d'une Iunette, sur la clarté de 1'image principale d'une étoile" Voor zoover de inhoud van dit geschrift de practische astronomie betreft, ligt die buiten ons eigenlijk onderwerp. Van meer rechtstreeksch belang ^<>01 ons is het, dat schr. de wet der intensiteiten aantoont, niet alleen voor het geval dat door Lord Rayleigh behandeld is, maar ook voor nog andere gevallen.

Dr' SlKKS bew«st genoemde wet eerst voor den enkelen rooster, op de boven omschreven wijze door een diaphragma met eene groote vierkante opening begrensd. Hij heeft die wet gevonden onafhankelijk van den arbeid van Lord R., en slaat bij zijne bewijsvoering een geheel anderen weg in 'dan deze. Vervolgens bewijst schr. de door hem gevonden wet voor het geval van een samengestelden rooster, d. i. voor een metaalgaas met rechthoekige openingen, dat ook weder

') ^ erslagen en Mededeelingen der Kon. Akad. van Wetensch Afd Natuurk., 9'"«- deel. stuk: 1892, K, Afd.