Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den stiltegordel Noord- en Zuidwaarts af en begeven zich van daar naar de polen der aarde, zooals wij bereids aangetoond hebben.

Die warme luchtstroom behoudt echter, zooals wij reeds gezien hebben, bijna de snelheid van voortbeweging als op de plaats van oorsprong nabij den Equator, n.1. ruim 300 uren gaans per uur, terwijl naarmate de stroom zich van den evenaar verwijdert, hij in streken komt, waar de beweging van West naar Oost, tengevolge van de wenteling der aarde om haar as, hoe langer hoe kleiner wordt.

Gelijktijdig voert hij een dalende beweging uit, die hem in streken voert, waar de West-Oost gerichte beweging kleiner is.

Tengevolge van die vermindering in beweging van West naar Oost, moet de richting, waarin de stroom zich beweegt, naar rechts afwijken en langzamerhand overgaan van een Zuidelijken in een Westelijken luchtstroom.

Dit is oorzaak, dat op het Noordelijk halfrond de wind aan de oppervlakte der aarde buiten de passaatstreken overheerschend ZWest is, op het Zuidelijk halfrond N Westelijk.

De grootste hoeveelheden van de warme luchtstroomen onder den Equator opgestegen, dalen tusschen 30 en 35° NBreedte en tusschen 45 en 65° WLengte op het Noordelijk halfrond naar beneden, terwijl Oostelijk daarvan de hoeveelheden neerdalende warme lucht minder zijn, zoodat de weêrstoestanden daar ook droger en beter zijn.

Dit is eveneens het geval bewesten 65° Wester Lengte.

Het bewijs hiervan vindt men in het verloop van de weersgesteldheid bij het voorbijtrekken eener depressie in het gebied tusschen 30 en 40° NBr. en ten Westen van 65 ° WL. Evenals hier te lande valt dan, als de wind Zuidwestelijk is, veel regen, maar niet zoodra is het een-

Sluiten