Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trum der depressie voorbij gegaan en de wind naar W of NW geloopen, of men heeft daar zonder uitzondering wel de krachtige NW winden, maar de lucht wordt en blijft kristal helder.

Daar de koude luchtstroomen van de polen en de warme luchtstroom van den evenaar elkander benoorden den NO-passaat en bezuiden den ZO-passaat ontmoeten, moet hier wel weder een tusschenruimte ontstaan, die zich evenals onder den evenaar door veranderlijk weder kenmerkt.

Dit is dan ook werkelijk het geval.

Dit gebied aan de Noordzijde van den NOost-passaat noemt men de stilte van den Kreeftskeerkring en ook wel Paardebreedte, omdat de schepen, die vroeger veel paarden naar de West-Indiën en de Antillen (WestIndische eilanden) vervoerden, hier zoo slingerden en werkten, dat vele paarden stierven en over boord geworpen moesten worden.

Het is echter duidelijk, dat waar dergelijke koude en warme luchtstroomen de aardoppervlakte naderen, dit een storenden invloed op de weersgesteldheid in de omgeving moet uitoefenen.

Eveneens is het verklaarbaar, dat de passaatwinden bij hun Noord- en Zuidgrenzen niet zoo regelmatig eu flink doorwaaien, als in het midden van het passatengebied, en dat de winden op den open Oceaan regelmatiger en krachtiger zijn dan in de nabijheid van land.

Omdat de Zuidzijde van den NOost-passaat en de Noordzijde van den ZOost-passaat aan de grenzen van den stiltegordel liggen, en in dezen gordel zoo enorm veel regen valt, is het duidelijk, (ofschoon het overigens in de passaten weinig of niet regent) dat bij de grenzen der passaten meer regen moet voorkomen.

Van af de Noord- en Zuidgrens tot hier, heeft men dan

Sluiten