Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De naam depressie wijst er op, dat men daaronder te verstaan heeft een gebied, waar de barometerstanden lager zijn dan in de omgeving.

Laten wij ons voorstellen, dat in een uitgestrekt gebied, zoo groot b.v. als een deel van Europa, op plaatsen gelijktijdig de barometer wordt afgelezen en de windkracht, de windrichting en de bewolking worden waargenomen, verder de temperatuur wordt bepaald en eenige andere verschijnselen, zooals regen, onweer en dergelijke worden opgeteekend.

Schrijft men nu op een zwart bord, waarop al die plaatsen zijn aangegeven, bij iedere plaats den waargenomen barometerstand, dan kunnen wij lijnen trekken over die plaatsen, waar dezelfde barometerstand werd afgelezen.

Zulke lijnen noemt men isobaren.

Men kan dan opmerken, dat óf de luchtdrukking van een bepaalde plaats uitgaande naar alle zijden geleidelijk afneemt, óf dat zij naar alle zijden toeneemt.

In het eerste geval is de barometerstand op die plaats natuurlijk het hoogst, en het geheele gebied waar do barometerstanden, van at dat middelpunt gerekend afnemen, noemt men een gebied van hooge luchtdrukking (anticycloon !).

Van meer belang voor ons is het andere geval, waarin de luchtdrukking in het middelpunt het laagst is en naar alle zijden toeneemt.

Dit gebied, waarin dat plaats heeft, noemt men eene depressie of gebied van lage luchtdrukking. Een kenmerkend verschil tusschen dit gebied en het andere is, dat de barometerstanden in het laatste over het algemeen lager zijn dan in het eerste.

1) (Anti-cycloon). Een onjuiste benaming, omdat de banen der luchtstroomen hierin ook kringvormig zijn, evenals bij de depressies.

Sluiten