Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En willende dan ook aan dien wensch voldoen, zonder echter in de grondslagen der instelling zelve eenige wijziging te brengen;

Gezien de Koninklijke besluiten van den 191"' November 1S44, n°. 46 en n». 48, van den 28«™ December 1844, n°. 64, van den 5.1*11 December 1851 (Staatsblad n« 149), en van den 9d™ Januarij 1852, n". 17, betrekkelijk het bedoelde onderscheidings- of eereteeken;

Op de gemeenschappelijke voordragt van Onze Ministers van Binnenlandsche Zaken, van Marine, van Oorlog en van Koloniën, van den 20stc" December 1866, lit. X 24, Kabinet.

Den Raad van State gehoord (advies van den 28"c" December 1866, n". 44);

Gezien het nader rapport van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van den 29,"■,, December 1866, lit. P, 4Jc afd.;

Hebben besloten en besluiten:

Art. 1. Het eereteeken, bij voormelde besluiten bedoeld, zal voortaan bestaan in een vierarmig kruis, waarvan de horizontale armen 28 en de vertikale 30 strepen lang zijn, de grond gedeeltelijk

mat en glans — omgeven door eenen gecannuleerden rand; in

het midden een krans van olijf- en eikenloof, breed 17, hoog 13 strepen, zich slingerende om en zich verheffende boven twee kruiselings liggende zwaarden, omvattende het cijfer, aanduidende het getal dienstjaren.

Voor de officieren der schutterijen is het eereteeken van zilver, doch de krans en de cijfers verguld; voor de officieren der zee- en landmagt, zoo hier te lande als in de overzeesche bezittingen, van verguld zilver.

Art. 2. Het eereteeken wordt op de linkerborst gedragen, door de officieren van de schutterijen aan een effen oranje gewaterd lint, door de officieren der zee- en landmagt aan een oranje, wit en blaauw gestreept zijden lint, voor beiden ter breedte van 33 strepen.

Art. 3. Het eereteeken wordt nimmer anders dan van de vastgestelde grootte, en het lint nimmer zonder hetzelve gedragen.

Art. 4. Zij, aan wie als officier, hetzij bij de schutterijen, hetzij bij de krijgsmagt, het eereteeken in den vroegeren vorm — als gesp — is uitgereikt, zijn bevoegd, het te verwisselen met dat, hetwelk bij Ons tegenwoordig besluit is vastgesteld.

Art. 5. Alle bestaande bepalingen nopens het verkrijgen en het verliezen van het regt op het eereteeken, het verstrekken en uitreiken

Sluiten