Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN BOMBAY N/D NW. FRONTIER PROVINCE.

nog in grooten getale aantreft. In laatstgenoemde provincie vooral, waar zij bij uitstek gunstige levensvoorwaarden vinden, zijn zij bij koppels van honderden te zien.

Dit wild, bekend onder den naam van blackbuck, heeft de maat van een damhert. De kop is spits en de horens, welker lengte meestal niet meer dan 26 inches bedraagt, zijn schroefvormig, met drie a vier wendingen. Bij de

L L

I)e „Zenana", of vrouwenverblijf in het fort te Apra.

bokken is de buik wit, en het overige gedeelte van de huid zwart; de geiten zijn lichtbruin en hebben geene horens. Nog eene andere woestijn-antilope is er bij Agra te vinden, kleiner en fijner dan de blackbuck, nl. de chicarra, die zich bij voorkeur in steenachtige kloven ophoudt. Van beide soorten is het vleesch goed te eten, en de huid zeer bruikbaar, terwijl de horens fraaie tropheeën opleveren. Zij worden door het bestuur op rationeele wijze beschermd, en de Boeddhistische leer, zoowel als de verordening welke den verkoop van vuurwapenen aan- en het dragen daarvan door inlanders beperkt, komen den antilopen, die overigens weinig schade aanrichten, ten goede.

Sluiten