Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KHAIBERPAS. KASCHMIR.

alligator te bemachtigen. 1 Na acht mijlen te zijn gereden, stapten wij uit voor een' ouden Hindoetempel, gelegen aan de boorden der rivier, welke er door vlak en naakt terrein stroomt dat aan weerszijden van het water met riet is begroeid, en dat hier en daar hooge, loodrechte oevers vormt. Op de meeste plaatsen is de bedding der rivier driehonderd a achthonderd meter breed. 2 In eene prauw staken wij, door een paar koelies vergezeld, de Jumna over en volgden den stroom tot aan eene plaats, waar men vermoedde dat de gevaarlijke waterbewoners zich op de heete uren van den dag aan de oppervlakte zouden vertoonen, om zich op zandbanken in de zon te koesteren. Voor de bevolking der aan de rivier liggende dorpen zijn de gavialen hoogst onaangename buren, want hunne brutaliteit is even groot als hunne vraatzucht; vrouwenharen en andere langzaam verteerbare menschelijke overblijfselen, die soms in hun maag gevonden worden, leveren hiervan de aangrijpende bewijzen en manen tot behoedzaamheid aan.

Al spoedig ontwaarden wij een' gaviaal van drie meter lengte aan den waterrand liggend, met zijnen staart in de rivier. Hij warmde zich in de zon met gesloten oogen. Eenen omweg makend, bekroop ik hem tot op ongeveer 50 pas, doch juist toen ik wilde schieten, maakte het schijnbaar logge beest, dat een bijzonder fijn gehoor bleek te hebben, met ongelooflijke snelheid keert, en was terstond

') De eigenlijke naam der alligators die ik hier aantrof, is Ganges gaviaal (Gavialis Gangeticus). De snoet van dit beest heeft slechts een derde der breedte van dien van den Indischen krokodil, en is van voren knopvormig verbreed. Terwijl laatstgenoemde negentien paar tanden in de bovenkaak heeft, bezit de gaviaal er zevenentwintig tot negenentwintig. (Encyclopaedie van Nederlandsch-Indië 1905.)

*) De groote rivieren hebben breedten van 3433 K.M.; hare beddingen gelijken in het droge jaargetijde op uitgestrekte zandwoestijnen.

Sluiten