Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KHAIBERPAS. KASCHMIR.

lieden te vermijden. Gewoonlijk is er onder de Europeanen te Peshawar veel te doen; bals, cricketmatches en lange jachten op jakhalzen zijn er aan de orde van den dag.

Eenmaal zoover zijnde, kon ik geen weerstand bieden aan den lust om ook Kaschmir te bezoeken. December is wel is waar niet het gunstige seizoen voor eene reis naar dat land, waar de Indische ambtenaar met verlof de heete zomermaanden gaat doorbrengen, maar voor mij was het nu of nooit, en onder die omstandigheden kon de beslissing niet moeielijk vallen. In zooverre trof ik het, dat er kort voor mijn bezoek een algemeene exodus van Europeanen had plaats gevonden, die allen den Prins in Rawal Pindi gingen zien, zoodat de hoofdstad Srinagar tijdelijk een uitsluitend inlandsch karakter droeg. Ik deelde mijn plan om daarheen te vertrekken, aan mijne tochtgenoote van den Khaibarpas mede en noodigde haar uit mij te vergezellen, doch in weerwil van hare liefde voor de sport, was haar eene Kaschmirsche berenjacht in December te machtig; ik vertrok dus alléén, met een „tot wederziens in Calcutta".

Bij de firma Janjibboy te Rawal Pindi nam ik den dag na mijn vertrek uit Peshawar een retour-billet voor 80 Rps. naar Srinagar, de hoofdstad van Kaschmir, dat recht gaf op eene plaats in de mailtonga (postwagen). Extra tonga's zijn duurder en rijden niet zoo snel. De bagage werd vrij primitief met touwen aan den buitenkant van de huif vastgebonden en ik wikkelde mij in mijn' pels, een geel lederen thibetaansch kleedingstuk met lang kameelhaar gevoerd, (ter waarde van 40 Rps). Onder aanhoudend trompetgeschal van den koetsier, die tegelijk conducteur en postbeambte is, reden wij in vollen ren de stad uit, ik als eenige passagier, den grooten weg op naar Murree, onze eerste etape. De mailtonga is gewoonlijk eene oude kar, op twee wielen, met een boom en een dwarsboom, welke laatste

Sluiten