Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE KHAIBERPAS. KASCHMIR.

van het landschap; onze weg voerde langs eene berghelling van 450, beneden welke de Jhelum als een zilveren draad in de diepte kronkelde. Na in het dal van deze rivier te zijn afgedaald, en haren oever te hebben gevolgd, bereikten wij tegen den middag Domei. De rivier die wij hier overtrokken

vormt de grens tusschen Indië en den autonomen Staat van Kaschmir. Intusschen begon het sterk te regenen, een natuurverschijnsel dat ik sedert mijn vertrek uit Weenen niet meer had aanschouwd. De weg bleef bij afwisseling stijgende en dalende den linkeroever van den Jhelum volgen, die meer en meer het aanzien van een' bergstroom kreeg. Het dal was nauw ingesloten door steile

rotsen welker toppen in zware regenwolken verdwenen. Soms passeerden wij tunnels, dan weêr houten bruggen over ravijnen gebouwd. Slechts enkele vrachtwagens ontmoetten wij, nu en dan ook fakirs, die alleen met het noodigste bekleed, met gele en groene verf besmeerd, een' staf in de hand, huns weegs gingen. Zoodra zij ons zagen aangaloppeeren, drukten zij zich aan den kant van den weg tegen de rotswanden aan, totdat wij voorbij waren. Zulk een dag in de mailtonga zoude op den duur misschien wat lang schijnen, maar de natuur van het land is zoo grootsch, dat haar aanblik den

4

Sluiten