Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PUNJAB CALCUTTA.

van Indië, waar de oogst van vele gewassen zelfs in goede jaren vroeger onzeker was en waar, bij het dikwijls voorkoménd gebrek aan regen, de nood het hoogst placht te stijgen. In den Punjab kan men grootsche werken zien, die aangelegd zijn om het water van den Sutley, den Jhélum en andere rivieren productief te maken. Het geldt hier streken die vóór het graven der kanalen niet veel meer dan dorre zandwoestijnen waren, maar die thans met goed gevolg worden bebouwd. In het begin dezer eeuw bedroeg de geheele lengte der grootere kanalen in den Punjab 2_|oo KM. en die der kleinere irrigatiewerken nog meer. Ciroote kanalen aldaar, welke thans nog in aanleg zijn, en welke met den Indus in verbinding staan, zullen meer dan een millioen acres bevloeien. In liet noorden trekt de Staat aanzienlijke recntstreeksche inkomsten uit deze bevloeiingswei ken, terwijl de rijkdom der bevolking er in hooge mate door is gestegen; in sommige gevallen bleken de kosten \ an aanleg van een kanaal een geringer bedrag te representeeren dan de vermeerdering der waarde van den oogst, welke de bevolking in een enkel jaar aan dat werk té danken had.

In 1866 begon het Gouvernement de ondersteuning der bevolking, in geval van hongersnood, naar een vast stelsel te ïegelen, waardoor de grondslag gelegd werd der tegenwoordig geldende bepalingen. In '78, onder Lord Lytton, bracht eene speciale commissie rapport uit over nadere maatregelen ter verzachting der gevolgen van hongersnooden; hare werkzaamheden hadden hoofdzakelijk ten doel leemten in de vigeerende wettelijke voorzieningen aan te vullen, en als resultaat dier bemoeiingen kan de "Provincial Famine Code" van 1880 gelden. Na den hongersnood van 1899 werd andermaal eene commissie in het leven geroepen om den aangevangen arbeid voort te zetten. Uitvoerige provinciale reglementen, houdende instructiën voor de ambtenaren in geval van dreigende mislukking

Sluiten