Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SOENDALANDEN. MIDDEN-JAVA.

waarbij pianola, grammophoon en phonograaf in werking traden, duurde tot elf uren. Wij trokken ons toen in het voor ons bestemde paviljoen terug, waar alles voor ons verblijf in de beste orde was gebracht.

Evenals de andere „grands seigneurs" uit de Preanger, is R. A. Aria Prawira een groot liefhebber van de jacht, een bedrijf waartoe het Preangerlandschap zich zoo bij uitstek leent. Aangezien echter, volgens zijn zeggen, nog slechts zijn hoofd en zijn hart jong zijn gebleven, kan hij zich niet meer wijden aan zijne vroeger geliefkoosde uitspanning. Wanneer een inlandsch Regent op jacht gaat, brengt dit mede dat een groote stoet gasten, met bedienden en paarden, voor eenige dagen den jungle intrekt, voorzien van het grootste comfort, en van allerlei zaken, die in het veld als weelde kunnen gelden. Er wordt dan met honderden drijvers gejaagd, en naar men mij zeide, op alles geschoten, zonder onderscheid van geslacht, van leeftijd, en van tropheeënwaarde. Zoo krijgt men, op eene volgens onze begrippen vrij „unwaidmannische" wijze, een groot totaal aan wild op het tableau. Voor de ambitie van den gastheer schijnt het hooge cijfer echter het voornaamste te zijn. De galerijen van den Regent, naast zijne eetkamer gelegen, zijn met tal van tropheeën van rhinocerossen, bantengs en herten versierd. Vele Europeesche toeristen werden door hem ter jacht genoodigd, o. a. een der beste kogelschutters van ons werelddeel, Aartshertog Frans Ferdinand van Oostenrijk-Este, wiens naam bij de Preanger sportlieden beroemd is gebleven.

Den dag na onze aankomst toonde ons de Regent nog eenige bijzonderheden in zijne woning, en bezochten wij de inlandsche buurten van Tjandjoer, eene plaats bekend door de omstandigheid, dat de Soendaneesche vrouwen daar het mooist heeten te zijn. In den namiddag namen wij afscheid van onzen vriendelijken gastheer en reisden wij terug naar Sinagar, wederom via Soekaboemi. Het

Sluiten