Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SOENDALANDEN. MIDDEN-JAVA.

Dichte klapperbosschen vormden hier het hoofdbestanddeel der vegetatie; daartusschen waren ondergeloopen sawahs verspreid. Bij eene kromming in den weg maakte mij de koetsier opmerkzaam op eene verhevenheid, die in de verte op een zandheuvel geleek, doch welker fijne, afgewerkte vormen weldra merkbaar werden. Het was de Boro-Boedoer, de tempel waarvan ik zooveel had gehoord.

Onze weg voerde langs den Mendoet, eenen kleineren tempel, eveneens aan Boeddha gewijd. Het is een vier-

Eerste gezicht op den Boro-Boedoer.

kant, hoog gebouw dat tegenwoordig wordt gerestaureerd. Het daar aanwezige, 3.5 M. hooge beeld van Boeddha in zittende houding, onderscheidt zich van alle andere soortgelijke beelden, die men op Java, op Ceylon, en in Birmah ziet, door de bijzonderheid dat het Boeddha voorstelt niet met gekruiste, maar met hangende beenen.

Een kwartier later hielden wij voor de kali Progo stil, waar de brug door een banjir was weggeslagen; het gebruik van een bamboeveerpont was dus noodig. Het rijtuig bleef daar tot 's avonus op mij wachten, en ik werd met een troep druk pratende en lachende vrouwen en jongens, die van de markt te Moetilan naar huis terug-

Sluiten