Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dagen, uit Langa aangekomen met den 2en luitenant van Ardenne, en Pape, met wien ik te Makasser reeds kennis gemaakt had.

Zij waren den tweeden dag, door Sawitto marcheerende, drie keer beschoten geworden, en de eerste keer was het raak geweest. Pape had de spits, achter hem liepen de ïnlandsche gids, diens oudste zoon, diens jongste zoon, en de rest van de spitsgroep. Zij kwamen uit eene vlakte in een bosch, waaruit op dertig pas 30 a 40 schoten tegelijk op hen vielen; het was klaarblijkelijk op de gidsen gemunt, want de gids viel dood, zijn oudste zoon ook, de jongste werd gewond. Tijd tot vervolgen was er niet!

Na onzen eersten marsch dineerden wij op de aangenaamste manier: talrijk gezelschap doet veel lachen, vooral wanneer er eenige grappenmakers bij zijn, zooals dat bij ons het geval was. Inzonderheid droegen Dr. Eldering en van Slooten tot de vroolijkheid bij. Ieder had zijn bord enz. mee, en werd bediend door zijn jongen uit de officiersmenage, die buitengewoon goed was. Hetzelfde gold van het eten der soldaten, dat uitstekend was, zooals de manschappen zeiven getuigden. Bij al die bivouaks komt er van honger- en dorstlijden niet veel, zooals wel het geval is bij het patrouilleeren, waar men dikwijls zonder eten, kletsnat, in een moeras moet gaan liggen.

Wij bleven den volgenden dag in het bivouak te Rappang, dat naast eene groote kampong met vriendeliike bevolking ligt, en amuseerden ons, na volbrachte werkzaamheden, met gymnastiek en met het doen van inkoopen in de warongs of winkeltjes.

6 Mei, kortere dagmarsch, tot Pabetongan. De wandeling voert eerst over sawahs, of natte rijstvelden, die gescheiden zijn door walletjes, waar nauwelijks één man over kan loopen. Men zit voortdurend met één been in het water en valt ook wel eens dieper, hetgeen bij eene colonne van 600 man met koelies enz. dikwijls stof tot lachen

Sluiten