Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kies kreeg koorts tengevolge van eene duikeling op weg naar Enrekang in een waterplas, die een put bleek te zijn, maar voor het overige was de gezondheidstoestand uitstekend. Van kapitein de Bruyn hoorden wij natuurlijk vele bijzonderheden nopens Bontoe Batoe, en over hetgeen ons daar te wachten stond.

Op 11 Mei trokken wij verder, thans naar Garoetoe. Het was 's ochtends in Enrekang eene groote drukte, vooral met de pakpaarden, doch veel merkte ik daarvan niet, aangezien Schilfer en ik met twee brigades vroeger afmarcheerden, om op weg Kautoe aan te doen. Op een klein plateau, waar de twee hoofdwegen naar Midden-Celebes uit elkaar gaan, ontwaarden wij voor het eerst duidelijk de rots van Bontoe Batoe, die zoowel in kleur als in formatie geheel verschilt van wat men er om heen ziet. Wij sloegen toen rechts af naar Kautoe en na een marsch van drie uren waren wij bij deze rots aangekomen, die den 3osten Maart genomen was. Men kon zich hier een denkbeeld vormen van wat eene bergversterking op Celebes beteekent, die terrassengewijze opgewerkt is en voorzien is van spleten, schuilhoeken, losse rotsblokken en natuurlijke barrikaden.

Op een rustig plekje bevond zich het graf der gesneuvelden. Op de rots zelve was alles omvergehaald, en niemand was er geweest om het geheel weêr op te bouwen, vermits de inlanders in deze streken nooit eene door ons veroverde plaats opnieuw bezetten. Alleen boven op den top waren een paar roofvogelachtig uitziende oude vrouwen gezeten, die nog over de gevallenen treurden.

Na gerust te hebben, zetten wij den marsch naar Garoetoe voort, onder een tropischen stortregen die den geheelen dag aanhield. Toen wij in de nabijheid dezer plaats de Doeri rivier per prauw wilden oversteken, moesten wij ons haasten, aangezien hij aan het „bar.jiren" was. Door de genie, die in de kampong Papi, 1 K.M. van daar, was ingekwartierd, werden wij overgezet. Ook deze kampong was ontvolkt.

Sluiten