Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Willemsorde) halen." „Gooi ze dood" — .Geen genade" enz. enz.

Nu de artillerie. Met groote juistheid wisten de kanonniers der marine hun vuur te richten. Heel kalm werd telkens door Aerssen het doel aangegeven, en direct zat de granaat er op ook. Van het westen uit kon alleen de topbenting onder vuur worden genomen, waar dan ook vele dooden vielen. Maar zij die in de spleten zaten, konden niet geraakt worden, aangezien zij slechts aan den rook van hun geweer te ontdekken waren, en zich na elk schot voor onbepaalden tijd terugtrokken, terwijl de granaten die dadelijk daarop in de opening dier spleten sprongen, te laat kwamen, en niet sterk genoeg waren om de geheele rotsverschansing te vernielen. Hier zouden de 7,3 c.M. stukken der bergartillerie van nut geweest zijn. Een bewijs dat de onzen goed schoten, was, dat terwijl Schafer en zijne twee man tien meter beneden den rand der benting zaten, de projectielen er in vielen, zonder hen ooit te deren.

Van acht tot half negen uren kwam er stilte in de actie, en werd het zelfs wat pijnlijk te denken dat de maréchaussées niet verder konden. Om half negen echter was de Schafer-groep uitgerust, en kropen twee maréchaussées met hunnen luitenant naar boven, beschoten van alle kanten, steil tegen de verschansing op, om weldra den rand te bereiken; . . . . plotseling verschijnt een Boeginees, die zich over den muur heenbuigt om te schieten .... „Ach die arme, arme kerels!" zegt de adjudant-onderofficier Mueller mij nog, doch op hetzelfde oogenblik geeft de voorste maréchaussée den vijand over den muur heen een klewanghouw, ') die hem ineen doet zakken, en de twee staan er in!! Tien a twaalf schoten knalden — gelukkig mis; trouwens de twee, Sapoemena en

') Zie titelplaat.

Sluiten