Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T

Hals over kop was inmiddels de artillerie verplaatst, om met een werkzaam snelvuur de terrassen te bestrijken, waardoor de 2^ compagnie, Giebink vooraan, te tien uren in de mogelijkheid werd gesteld door de poort binnen te rukken. Schafer daalde van zijn kant naar die terrassen af, langs steile rotsen, ééns ook langs een 10 meter lang touw. Daar ontstond weldra eene paniek, en spoedig was op onmerkbare wijze de bezetting in de grotten verdwenen, niet evenwel zonder dat nog verscheidene gewapenden neergelegd werden. Soms kropen de Boegineezen door gaten waar de onzen te dik voor waren. In dit gedeelte der versterking was de wijze van leven dezer lieden het best na te gaan. Zeer veel levensmiddelen trof men er aan, en ammunitie van allerlei soort; ook was er een druipsteengrot met uitstekend water.

En thans de 3e compagnie: deze attakeerde na hare schijnaanvallen om 9 uur de helling aan den oostkant, maar aan den rand van het bosch gekomen, waren de troepen, die vroeger reeds op dezelfde plaats een échec geleden hadden, slechts met moeite vooruit te krijgen. 1 oen is majoor Schütt vooropgegaan, heeft zich op de gevaarlijkste punten geplaatst, en heeft zijne manschappen toegesproken. Halverwege de helling werd attakeeren geblazen, en met onderluitenant Scheibeler vóórop, vloog de linie door den steen- en kogelregen heen, tot aan den muur, liet den vijand niet den tijd de borstwering om te werpen, en was weldra in de onderste versterking, met één doode en twee en twintig gewonden.

Interessant was het de verdedigingswerken van nabij gade te slaan. De bovenste benting was met breede, hooge wallen omgeven, hier en daar met uitbouwsels, om de aanvallers van ter zijde en van achteren te beschieten. Zij was lang, maar zeer nauw, in vakken verdeeld door rotsen, die met kleine tunnels doorsneden waren. Uit verschillende kunstmatige grotten aan den rand — ware

*

Sluiten