Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de grotten geworpen, waar dan soms verscheidene dooden gevonden werden; geweldig was nu en dan de indruk van het in den afgrond storten van geheele remparts.

Na een tijdlang gerust te hebben, gingen kapitein ten Seldam en luitenant van Oosthout, bij wie ik mij voegde, weer naar beneden. De bestormde oostelijke helling bleek toen zeer gevaarlijk te wezen; bij een misstap zoude men terstond omlaag zijn gerold. De steenen waren zeer los, zoodat zij die aan het hoofd liepen, tot driemalen toe van de maréchaussees, die achter, en dus boven hen waren, dikke brokken langs zich heen door de lucht kregen. Op den terugtocht werd door een paar losbandige fusiliers de verlaten kampong van Bontoe Batoe in brand gestoken, wat wel een magnifiek gezicht opleverde, maar waarvoor zij diep in den pot gingen, en meê moesten doen aan het herstellen van de beschadigde verblijven.

De 2e compagnie bivouakkeerde in de verschansingen, op een terras waar de hutten niet waren verbrand. Van tijd tot tijd werd er van boven uit de spleten geschoten. Den tweeden nacht sloeg nog een kogel een meter achter het hoofd van Baiëtto in. Zoo fantastisch als dit bivouak was, binnen de wallen die als 't ware tegen de helling aanhingen, zoo imposant was des ochtends de zonsopgang achter den Bampapoean

Den 17de!! Mei waren de gewonden, de overste, de staf en alle troepen, behalve de 2de compagnie, in Garoetoe terug, alwaar te vijf uren de begrafenis der gesneuvelden zoude plaats vinden; de overste en een Amboneesch sergeant zouden daarbij spreken. De Amboneezen zijn geboren redenaars en weten door het vuur waarmede zij het woord voeren, alle aanwezigen mede te sleepen. De laatste dagen vóór de inneming van Bontoe Batoe hielden zij des avonds kerkdienst en een sergeant ging voor. Indrukwekkend was dit om aan te hooren, evenals het zingen van hunne psalmen, vooral op die plaats, en op zulk een tijdstip;

Sluiten