Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ag die, mei vele andere, tot de reeks beliooren en laat men ze twee aan twee elkander aanraken zoo is liet potentiaal-verschil tusschen een bepaald tweetal A en 1! gelijk aan de som van de potentiaal-verschillen ontstaande bij de achtereenvolgende aanraking A en C, G en D, D en E, E en........ en li. De volgorde,

waarin men de stoffen opnoemt, is, dat bij de aanraking van twee opvolgende het eerste hooger potentiaal verkrijgt dan het tweede. Bij verandering van temperatuur kan echter die volgorde veranderen.

Behalve de stoffen, die tot de electromotorische reeks beliooren, zijn er andere, die wel tot het ontslaan van contact-electriciteit aanleiding geven, doch die niet de wet der potentiaal-verschillen volgen. Al deze stoflen beliooren tot de groepen die in de Scheikunde als zuren, zouten of basen bekend zijn. In vasten toestand geleiden zij niet, doch wel in opgelosten of in gesmolten toestand. Deze stoffen heeten elecliolieten. De wijze, waarop zij geleiden, is evenwel een andere dan die der stoffen , die de wet der potentiaal-verschillen volgen. Wij komen daarop later terug.

Stellen wij een staaf samen uit een aantal metalen, zooals figuur 5 aangeeft. Zij V' de willekeurig genomen potentiaal van het Zn en nemen wij als ordinaat een lijn, die V voorstelt, zoo zal liet potentiaal-verloop over de geheele staaf door de gebroken lijn worden aangegeven, aangenomen dat alle aanrakingsplaatsen dezelfde temperatuur bezitten. De dalingen en stijgingen geven de potentiaalsprongen aan de contact-plaatsen. Komt een metaal meermalen in de rij voor, zoo is zijne potentiaal overal dezelfde. liet potentiaalverschil tusschen de uiteinden is hetzelfde, alsof de beide uiterste metalen direct met elkander in contact waren. Buigen wij de staaf tot een gesloten geleider om, zoo is er evenwicht , niettegenstaande de potentiaal-verschillen Dit evenwicht wordt evenwel verbroken als er verschillen in temperatuur ontstaan.

Nemen we een opvolging van geleiders, waarin ook electrolieten zijn, zoo is de uitkomst een andere.

Wij nemen Cu, Zn, lItSOkaq, Cu, enz. zooals figuur 0 aangeeft. Hierbij is IItSOkaq electroliet. Aangezien het potentiaal-verschil bij contact van H.jSOjiq en Zn grooter is dan dat bij Il^O^aq en Cu, is in onze figuur b > c en daarom hebben twee opvolgende stukken Cu een potentiaal-verschil e — a -j- b — c.

De door ons genomen opvolging is die van de zuil in 1800 door Volta uitgevonden. Verbinden wij nu het Cu aan de eene zijde met dat aan de andere door een Cu-draad, zoo zal de E. S. van hooger naar lager potentiaal gaan door dien draad heen. Daardoor zal de

Sluiten