is toegevoegd aan uw favorieten.

Cursus in de electrotechniek voor de cadetten der artillerie en genie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verricht — A. dl. De hoeveelheid arbeidsvermogen van de eleetrisehe stof Q = i ill, die door den geleider stroomt, is dan met A dl toegenomen. Is de potentiaal-toeneming d\ 7.00 moeten wij hebben:

Q dV — K dl.

Hieruit volgt, als wij sina — 1 nemen:

i dl . dV= F. i. ds. dl

en dus:

IV H ',S- ,l'

d\ — r . —,—.

dl

Nu is dn . dl do oppervlakte van den door het element beschrevc rechthoek en dus is F ds dl het aantal door den geleider gesiiedi krachtlijnen. Noemen wij dit aantal dn zoo vinden wij:

dX=^.

dl

Wij maken er op opmerkzaam dat dn een oneindig kleine van 1 tweede orde is.

De potentiaal-verhooging (/V is geheel onafhankelijk van de waart van i. Zij bestaat ook als i—O, doch bovenstaande is ni toereikend 0111 het ontstaan van dV alsdan te verklaren, want a l — 0 iSj is ook K — O en dus is dan van geen arbeid verrichte sprake. Het ontstaan van den potentiaal dX en dus van een Electr motorische kracht d\ in een oorspronkelijk stroomloos geleider-elemei moet dus aan een oorzaak toegeschreven worden, gelegen in h wezen van electriciteit en magnetisme.

Veronderstellen wij dat AD en CD, lig. 40, twee geleiders zijt waarover de geleiders ab en cd verschoven kunnen worden. Nem* wij aan dat de krachtlijnen loodrecht staan op het vlak van teekenii en dat zij van ons af loopen. De gesloten geleiding abcd is strooi loos. Verplaatsen wij ab in een tijd dl naar a'b' en cd naar c'd' z< treden in beide geleiders clectromotorische krachten op, waarvan < waarden worden bepaald door de aantallen krachtlijnen welke binin abb'a' cn cdd'c' zijn. Zijn deze aantallen respectievelijk p en r/ z< zijn die clectromotorische krachten

l> - '1

e = -7- en e = —.

dt dl

Nu is ds . dl de oppervlakte van den door het element beschreven rechthoek en dus is F ds dl het aantal door den geleider gesneden krachtlijnen. Noemen wij dit aantal dn zoo vinden wij:

dX=^.

dl

Wij maken er op opmerkzaam dat dn een oneindig kleine van de tweede orde is.

De potentiaal-verhooging (/V is geheel onafhankelijk van de waarde van i. Zij bestaat ook als i—O, doch bovenstaande is niet toereikend 0111 het ontstaan van dV alsdan te verklaren, want als i=0 is, is ook K — O en dus is dan van geen arbeid verrichten sprake. Het ontstaan van den potentiaal dX en dus van een Electromotorische kracht dX in een oorspronkelijk stroomloos geleider-element moet dus aan een oorzaak toegeschreven worden, gelegen in het wezen van electriciteit en magnetisme.

Veronderstellen wij dat AU en CD, lig. 40, twee geleiders zijn, waarover de geleiders ab cn cd verschoven kunnen worden. Nemen wij aan dat de krachtlijnen loodrecht staan op liet vlak van teekening en dat zij van ons af loopen. De gesloten geleiding abcd is stroomloos. Verplaatsen wij ab in een tijd dt naar a'b' cn cd naar c'd' zoo treden in beide geleiders clectromotorische krachten op, waarvan de waarden worden bepaald door de aantallen krachtlijnen welke binnen abb'a' cn cdd'c' zijn. Zijn deze aantallen respectievelijk p en ij zoo zijn die clectromotorische krachten