Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bepalingen waarmede de gemeenteraad te maken heeft zijn :

Art. 2. De nabijheid binnen een kring van 200 M. van inrichtingen en plaatsen, nadeelig voor de gezondheid of belemmerend voor het onderwijs, wordt bij het stichten eener school zooveel doenlijk vermeden. Laat het beschikbaar terrein dit toe, dan worden het schoolgebouw en de onderwijzerswoning, zoo deze daaraan verbonden is, opgericht vrij van andere gebouwen.

Art. 6. De vlakke inhoud van elk schoolvertrek bedraagt ten minste 0.8 M2. voor iederen leerling. De lichamelijke inhoud van elk schoolvertrek bedraagt ten minste 3.6 M'. voor iederen leerling. De hoogte tusschen den vloer en de zoldering bedraagt ten minste 4.5 M.

De commissie bovengenoemd zeide in haar verslag aan den Koning, dat opgenomen is in Mr. P. F. Hubrecht. De onderwijswetten in Nederland en hare uitvoering. I, ter toelichting van de eischen in artikel 2:

„Alvorens op eenig terrein definitief de keuze worde gevestigd, behoort nauwkeurig te worden onderzocht, of de omgeving daarvan wel vrij is, van al datgene, waarvan voor de gezondheid schadelijke of zelfs bedenkelijke invloeden zijn te duchten; hetzij voldoende daaronder uitdrogende slooten en poelen, meest verzamelingen, sommige fabrieken te noemen.

„Niet zelden is het voorgekomen, dat sommige buurten eener stad bij epidemieën als brandpunten in het oog gevallen zijn. Het is voorzichtig bij den bouw van scholen zulke buurten te vermijden.

„Van belang is het verder, er op bedacht te zijn, dat het voor een school te bestemmen terrein gemakkelijk toegankelijk zij en voldoende kunne worden afgesloten; dat de nabijheid van werkplaatsen en fabrieken, waarvan het geraas storend zou kunnen zijn voor het onderwijs wordt vermeden; dat ook de veiligheid en de zedelijkheid der leerlingen door de keuze der plaats van het schoolgebouw geen nadeel lijden.

„Algemeen wordt erkend, dat onder hetgeen de schooljeugd behoeft, lucht en licht vooraan staan. Dat die behoefte het best zal worden bevredigd, als het gebouw op een aan alle zijden openliggend terrein kan worden geplaatst behoeft geen betoog."

De commissie achtte het in haar verslag noodzakelijk, dat bij elke school een ruim en doelmatig ingerichte speelplaats kwam, waarvan een gedeelte overdekt was ter beschutting tegen weer en wind en de gemeenteraad doet verstandig als hij met dezen

Sluiten